Wat is AI?
Om te begrijpen wat er straks op ons afkomt, moeten we eerst dieper ingaan op de betekenis van dat geheimzinnige begrip AI, Artificial Intelligence. Kort door de bocht: het is een computerprogramma dat de dingen doet die jij ook doet. Dat programma doet dat minder goed, even goed of beter dan jij. En het doet dit op één specifiek terrein, op een aantal terreinen of over een heel breed gebied. Hoe beter het programma werkt hoe ‘intelligenter’ we het vinden.
De kortst denkbare definitie is dan ook: AI is software. Het is onze denkkracht, die we – in de vorm van code – buiten onszelf hebben gebracht en die we voor bepaalde doeleinden aan het werk zetten.
Neem Excel. Een wonder van rekenkracht. Wat Excel doet kunnen wij ook, maar we hebben daar buitensporig veel meer tijd voor nodig. Excel is AI op één specifiek gebied en het doet dat sneller en beter (want foutloos) dan wij. In de Engelstalige literatuur wordt dit een ANI genoemd, een Artificial Narrow Intelligence.
We zijn nu al omgeven door talloze uitingen van kunstmatige intelligentie (alias ANI), alleen noemen we die niet zo. Met de term kunstmatige intelligentie doelen we meestal op programma’s die kunnen lezen, zien, redeneren en denken. Kortom, die in de breedte kunnen wat wij kunnen en die daarin niet voor ons onderdoen. In de theorie heet dit een AGI, een Artificial General Intelligence. Hoe meer ANI’s er zijn, hoe kleiner de sprong naar een AGI wordt. Googles zelfrijdende auto is zo’n combinatie van ANI’s. Heel veel slimme systemen die met elkaar een nieuw systeem vormen. Maar het blijven ANI’s. Voor de sprong naar een AGI is meer nodig.
 


Van ANI via AGI naar ASI
Voor een AGI is om te beginnen een enorme hoeveelheid rekenkracht nodig. De menselijke hersenen hebben een rekenvermogen dat wordt uitgedrukt in tien tot de zestiende calculaties per seconde (tien biljard cps). Tot voor kort konden zelfs supercomputers daar niet aan tippen. Maar het snelste monster van dit moment, de Yianhe-2, die in China staat, overtreft dit niveau al en is inmiddels drie keer zo snel: 30 biljard cps. Dit systeem is nu nog onbetaalbaar met zijn prijskaartje van 390 miljoen dollar, maar als zich hier nog tien jaar exponentiële ontwikkeltijd voordoet (en waarom zou dat niet zo zijn?) dan komt al deze immense computerkracht binnen ieders (!) bereik.
En dan blijft eigenlijk alleen de software over. Er komt nieuwe software aan die van deze geweldige rekenkracht gebruikmaakt. Een AGI, dus een computer die in de breedte niet onderdoet voor een mens, wordt verwacht rond 2025. De optimisten (of zijn dit pessimisten?) denken dat dit al in 2022 zover zal zijn. Ray Kurzweil houdt het op 2029. Eerder deed hij rake voorspellingen over de internetrevolutie. Dat is geen garantie dat hij nu weer goed zit, maar het is voldoende reden om zijn woorden op zijn minst serieus te nemen.
Dus straks staat er een AGI op jouw werktafel. Of deze AGI is ingebouwd in een robot, zoals de humanoid Data in de serie StarTrek. Je kunt straks jouw eigen versie van Data over van alles en nog wat raadplegen. Hij/zij kan heel veel, heel veel beter dan jij (gelukkig niet alles, hij/zij kan nog niet dichten bijvoorbeeld).
De stap die logisch op deze AGI volgt is een ASI, een Artificial Super Intelligence. Dat is een programma dat over de volle breedte alles veel en veel beter doet dan zelfs de slimste mens. Optimisten (of zijn dit pessimisten?) noemen in dit verband het jaartal 2040. Kurzweil doet er nog een schepje van vijf jaar bij: 2045. Dan zijn we welgeteld één generatie verder.
Veel van de discussie die de laatste tijd is losgebarsten gaat over de mogelijkheid van zo’n ASI. Er zijn krachtige waarschuwingen gegeven door Bill Gates, Stephen Hawking, Elon Musk, CEO van Tesla Cars en zelfs Google CEO Eric Schmidt. Niet de minsten. Ze zijn allemaal gebaseerd op de angst dat we – net als de tovenaarsleerling in de beroemde ballade van Goethe – een bezem in werking zetten waar we straks geen controle meer over zullen hebben en die ons in het ergste geval van de aardbodem veegt.
Dat ook pioniers van de moderne IT als Gates en Schmidt de alarmbel luiden, is opmerkelijk. Is er echt zo’n groot gevaar? Of zien deze technologiemagnaten vooral een groot gevaar voor hun eigen zakelijke imperium? Is er straks nog wel software zoals we die nu kennen? Eet een heuse ASI niet alle Microsoften, Oracles en zelfs Googles op? Zo’n alleskunner draait zijn hand toch niet om voor een beetje ERP of CRM, 3D-printing of virtual reality, zou je zeggen? Nou dan!
Google is hier opnieuw het slimste jongetje van de klas, want – naast luidkeels te waarschuwen – investeert het tegelijkertijd ook driftig in deze nieuwe technologie. Google gedraagt zich als een dief die ‘Houd de dief!’ roept. Google kocht in december 2014 voor 400 miljoen dollar het in Londen gevestigde DeepMind Technologies. Mooie naam voor een ASI! DeepMind ontwikkelt onder meer een programma dat zelfstandig – dus zonder menselijke tussenkomst – games leert spelen.
Nog een stap verder: wat laat een ASI straks heel van de kosmologie van Hawking? Welk antwoord geeft hij/zij/het op de vraag of er ooit eigenlijk wel echt een oerknal was? Misschien reageert het ding wel met een virtuele lachstuip. Het zou zomaar kunnen. Wil je meer over de ontwikkeling van superintelligentie weten, bekijk dan de opzienbarende videoregistratie van de lezing van machine learning expert Jeremy Howard tijdens TEDx Brussels op 1 december 2014 (duur ruim 19 minuten, warm aanbevolen).